Er loopt een rechte lijn van antisemitische karikaturen naar de Holocaust, weet Hans Knoop. Ook Aalst moet dat beseffen.

Als Jood en Holocaustoverlevende heb ik me de voorbije dagen en maanden verwonderd over het gebrek aan empathie en historisch besef van de burgemeester van Aalst, Christophe D’Haese (N-VA). Als journalist heb ik mij verbaasd over het gebrek aan communicatieve vaardigheden van de burgemeester en als Nederlander die meer dan dertig jaar in België woont aan het feit dat hij ondanks zijn falen kennelijk zonder probleem zijn ambt kan blijven uitoefenen. Een tweetal weken geleden trad in Den Haag de burgemeester af omdat op oudejaarsavond het jaarlijkse vredesvuur aan het strand van Scheveningen een brandgevaarlijke situatie had opgeleverd. Er vielen geen doden of gewonden, maar de burgemeester nam haar verantwoordelijkheid.

Leg dat naast het optreden van de burgemeester en stadsbestuur van Aalst, dat nog steeds achter de carnavalsvereniging staat en de stad wereldwijd een slechte reputatie heeft bezorgd. Zelfs The New York Times wijdde een hele pagina aan de antisemitische karikaturen die in de parade werden meegevoerd.

Nazi-uniformen

Het was niet voor het eerst dat Aalst wereldwijd in opspraak raakte met voor Joden kwetsende afbeeldingen. In 2013 liet de vereniging Efepie carnavalisten paraderen in nazi-uniformen met in hun handen blikken Zyklon B. Het gas waarmee miljoenen Joden werden vermoord. Toen al werd Aalst door de Unesco zwaar op de vingers getikt!

Een delegatie van Aalsterse carnavalisten gaf gehoor aan de invitatie van het Forum een bezoek te brengen aan de Kazerne Dossin. De burgemeester schitterde door afwezigheid. Vorige week zou hij na afloop van een door Unia georganiseerde bijeenkomst in Aalst een delegatie van het Forum ontvangen. De bijeenkomst werd om agendaredenen door hem afgezegd. Inmiddels was zijn gemeente opnieuw in opspraak geraakt in een casus rond antisemitisme door de verspreiding van linten met dezelfde antisemitische karikaturen van Joden.

Het leidde ertoe dat de Belgische ambassadeur bij de Unesco voor uitleg werd ontboden. Begin december zal deze organisatie beslissen of het carnaval in Aalst al dan niet op de werelderfgoedlijst kan blijven staan.

Eerder was ook al de burgemeester met een schepen op bezoek geweest in Parijs om aan de Unesco uit te leggen dat Aalst met die afbeeldingen geen kwade bedoelingen had. Vorige week sloot ook Unia zich bij die visie aan. Akkoord, het was inderdaad – aldus Unia – ongelukkig om de Joden af te beelden naast ratten. Dat deed inderdaad aan de nazipropaganda denken. Maar we zaten er toch naast want, zegt Unia, het waren geen ratten maar grote muizen! Dus waar maakten wij Joden ons druk over? Waarom konden we er niet gewoon om lachen? Bij carnaval werd toch immers alles en iedereen op de hak genomen. Vanwaar die lichtgeraaktheid?

Wij Joden hebben geen bijscholing in humor nodig. De grootste humoristen en stand-upcomedians in de wereld zijn sinds mensenheugenis Joden. De Joodse humor heeft een langere historie dan het Belgische ambachtelijk bier of de hartkliniek in Aalst.

Ook Joden drijven op Poerim de spot met alles en iedereen, maar niet met de Holocaust. Ook aan spot mag een grens worden gesteld. Zou men midden jaren negentig in Aalst ook de spot met Dutroux en zijn slachtoffers hebben gedreven?

Het afgelopen weekend bracht ik in Frankfurt een bezoek aan het Joods Museum. Aan de wand hingen dezelfde karikaturen over Joden uit de jaren dertig als deze die we ook in Aalst zagen. Behalve door die karikaturen werd ik getroffen door een grote foto van de Kristallnacht in 1938. Het was een foto van de grote synagoge in de stad waar de vlammen torenhoog omhoogstegen en waarnaar honderden stadgenoten geamuseerd stonden te kijken.

Rijp voor Kristallnacht

Er liep een historisch rechte lijn van die karikaturen naar de Kristallnacht. Toen de nazi’s in 1933 de macht overnamen, richtten zij niet daags nadien gaskamers in. Daar ging acht jaar aan antisemitische indoctrinatie en propaganda aan vooraf.

Vijf jaar van antisemitische karikaturen maakten de bevolking rijp voor de Kristallnacht en drie jaar later was men door de antisemitische staatspropaganda zover dat er door het cultuurvolk een geïndustrialiseerde genocide kon plaatsvinden.

Ik durf de stelling te verkondigen dat er zonder de in Aalst als humor gepresenteerde antisemitische karikaturen geen Holocaust zou hebben kunnen plaatsvinden.

Dat we in Aalst niet te midden van ratten maar kennelijk tussen grote muizen werden afgebeeld, doet mij niet van inzicht veranderen. De slechte internationale reputatie die de stad door het carnaval heeft verworven, straalt op heel Vlaanderen en België negatief af. Dat kunnen het gemeentebestuur en de burgemeester niet op het conto van Joden schrijven, maar dat hebben zij geheel aan zichzelf te wijten. België, Vlaanderen en Aalst verdienen beter.

Er zijn burgemeesters (en niet alleen in Nederland) om minder afgetreden. [De Standaard] [Klik op de link om het artikel en alle afbeeldingen te zien]